Les 09 · 6 minuten lezen
WAT ZIT ER IN JE ETEN
Een kaart van je bord, per macro
In het kort
- Vlees, vis en ei bevatten nul koolhydraten. Altijd veilig.
- Zuivel, noten en groenten zitten in de middenzone: portiegrootte telt.
- Alles wat gemalen, geperst of gepaneerd is, schuift richting suiker.
Als je macro's begrijpt, wil je nog één ding weten: waar zitten ze in. Dit is de kaart. Niet om uit het hoofd te leren, wel om een paar keer te herlezen tot je aan een bord kan zien hoe het zal aflopen.
Groep 1: vrij spel
- Vlees, gevogelte, vis, schaaldieren, eieren. Nul koolhydraten, veel eiwit.
- Boter, olijfolie, ghee, room. Puur vet.
- Bladgroenten, courgette, bloemkool, broccoli, komkommer, paprika, champignons.
- Kruiden, azijn, mosterd zonder suiker, olijven, augurken.
Groep 2: goed, maar tel je porties
- Kaas en volle yoghurt: lekker, maar zuivel bevat melksuiker en veel mensen eten er te makkelijk van door.
- Noten: amandelen en pecannoten zijn zacht, cashewnoten zijn eigenlijk snoep.
- Bessen: een handvol frambozen kost je twee tot vier gram.
- Wortel, ui, tomaat: prima in een gerecht, niet als hoofdrol.
Groep 3: dat is een keuze, geen ongeluk
- Brood, pasta, rijst, aardappel, couscous.
- Frisdrank, fruitsap, sportdrank. Vloeibare suiker gaat het snelst van al.
- Sauzen uit een pot: ketchup, zoetzuur, teriyaki, veel dressings.
- Alles met een korstje: paneermeel, deeg, beslag.
Hoe verder een product van zijn oorspronkelijke vorm staat, hoe sneller het in je bloed zit.
Dat is de hele filter. Een appel is trager dan appelsap. Een aardappel is trager dan puree. Een stuk vlees is trager dan een worst met bindmiddel. Vermalen, persen en verwarmen doen een deel van je vertering al voor je, en jij betaalt de rekening in bloedsuiker.
